![]() |
Creativiteit en innovatie. Culturele zuurstof voor de economieAntwerpen, 31 januari 2009Arenbergschouwburg, Arenbergstraat 28 | 12 u tot 21 u |
Samenwerking televisie en film
Moderator:
Joop Daalmeijer, Algemeen directeur NPS (Nederlandse Publieke Omroep)
Spreker:
Bernard Dewulf, eindredacteur VRT Teletekst Ondertiteling
Nederland en Vlaanderen kennen twee volstrekt verschillende organisatiestructuren voor de openbare/publieke omroep. In beide gevallen staat de overheid op afstand. Er bestaan heel wat vormen van samenwerking op mediagebied tussen Nederland en Vlaanderen. Audiovisuele coproducties komen tot stand, buitenlandse correspondenten worden uitgewisseld en er is de gezamenlijke satellietzender BVN. Niettemin kan de samenwerking geïntensiveerd worden. Hierover publiceerde CVN een paar jaar geleden een advies met daarin diverse aanbevelingen.
Als onderdeel van De Grote Ontmoeting had een gedachtewisseling plaats onder leiding van Joop Daalmeijer (algemeen directeur NPS) en Bernard Dewulf (eindredacteur VRT teletekstondertiteling).
Gedurende de salon werden de aanbevelingen geïllustreerd door tv-fragmenten van onder andere detectivereeksen. Zowel de Nederlandse kijker als de Vlamingen waarderen dit soort series. Ook het ondertitelen van buitenlandse producties wordt aan beide zijden van het Nederlandse taalgebied gewaardeerd, wat aanleiding geeft tot de eerste aanbeveling die besproken werd:
“Maak één vertaling voor buitenlandse series en programma’s die zowel door de VRT als door de Nederlandse publieke omroep worden uitgezonden. En onderzoek de mogelijkheid van één ondertiteling.”
Na een zeer positief ontvangst van deze aanbeveling werd vervolgens de discussie op drie vlakken gevoerd. Ten eerste werd de kostenbesparende factor besproken. Vanuit de zaal kwam de aanvulling dat kostenbesparing geen doel mag zijn, maar een middel om andere (kwaliteits)doelen te behalen.
Hierdoor kwam de discussie op het tweede punt, namelijk de kwaliteit van de ondertiteling. De VRT houdt de vertaalactiviteiten binnen de eigen muren en gaat voor kwaliteit. Doordat in Nederland gebruik wordt gemaakt van verschillende aanbieders op de vertaalmarkt, wordt er bespaard op de kosten. Of dit werkelijk van invloed is op de kwaliteit werd in het midden gelaten. Er werd naar aanleiding van dit punt ook gesproken over de sociale gevolgen. Doordat de VRT als openbaar nutsbedrijf, intern voor alle vertalingen zorgt, moet er niet alleen aan de financiële, maar ook de sociale gevolgen van een toekomstige samenwerking gedacht worden. Samenwerking gaat arbeidsplaatsen kosten.
Ten derde benadrukte men de cultuuruitwisseling die plaats zal vinden doordat taalnuances de landsgrenzen over gaan als er maar één vertaling wordt gemaakt. Zo kan er ook meer eenheid in taal ontstaan. Anderzijds kan een eindredactie in een “gezamenlijke” vertaling aanpassingen aanbrengen in de “eigen” taal om de begrijpelijkheid te vergroten voor de kijkers van het betreffende land.
Ook werd nog benadrukt dat er in de toekomst in ieder geval financiële gevolgen zullen zijn als er géén samenwerking plaatsheeft.
De inauguratie van president Obama werd zowel in Nederland als in Vlaanderen uitgezonden met live ondertiteling.
“Maak bij het live ondertitelen gebruik van een gezamenlijke dienst voor vertalen en ondertitelen en deel expertise.”
Bij het ondertitelen van live-uitzendingen vanuit het buitenland is er sprake van zowel vertaling als ondertiteling op het moment van uitzenden. De aanpak in Vlaanderen en Nederland verschilt. In Nederland wordt gebruik gemaakt van het velotype-toetsenbord om de gesproken tekst na het live vertalen om te zetten in ondertitels. Vlaanderen is hierin verder en gebruikt computers met spraakherkenning, waardoor de vertraging waarmee de ondertiteling verschijnt, veel kleiner is. Bij ondertiteling via computers moet wel extra aandacht worden besteed aan de kwaliteit.
De derde aanbeveling die besproken werd, heeft betrekking op de gesloten ondertiteling. In Nederland is dit de “888-ondertiteling”
“Lever bij verkoop/uitwisseling van programma’s tussen Nederland en Vlaanderen gratis de teletekst-ondertitelbestanden -voor doven en slechthorenden- van de programma’s mee.”
Op het gebied van deze gesloten (teletekst) ondertiteling is al wel meer contact, bijvoorbeeld
bij het programma “Iets met boeken”. Een deel van de programma’s wordt dan door Vlaanderen en een deel door Nederland ondertiteld. Maar het is nog niet zo dat 888-ondertitels automatisch mee gaan naar Vlaanderen als zij een Nederlands programma aankopen, of andersom. Belangrijke is dat slechts één op de vier gebruikers van deze gesloten ondertiteling doof of slechthorend is.
Bij gesloten ondertiteling kan een Nederlander of Vlaming ook zelf kiezen of hij ondertiteling wil bij programma’s van “de buren”, in plaats van een opgedrongen open ondertiteling die je niet kunt uitzetten. In de praktijk blijkt dat we elkaars programma’s prima verstaan en dat de kijkcijfers niet beïnvloed worden door de aan- of afwezigheid van ondertiteling.
Met deze discussie werd al vooruitgelopen op de vierde aanbeveling:
“Stop met het ondertitelen van Nederlandse programma’s in Vlaanderen en Vlaamse programma’s in Nederland, of start een onderzoek naar de zin of onzin hiervan.”
Als door ruis of slordig praten de verstaanbaarheid echt een probleem is, kan gesloten teletekstondertiteling een opening bieden.
“Geef de VRT en Nederlandse omroep toegang tot elkaars rechtenvrij programmamateriaal uit de digitale archieven en ontwikkel daarvoor een internet-uitwisselingsmodule.”
Van duizenden uren Nederlands beeldmateriaal is 7% gedigitaliseerd en dat materiaal kan zo naar de VRT omdat het over het algemeen rechtenvrij is. Geschiedenisprogramma’s winnen aan populariteit en het zou jammer zijn als het materiaal alleen in Nederland zou blijven. Commerciële omroepen hebben zo goed als alles digitaal leverbaar en wisselen veel meer uit, maar hebben veel minder historisch beeldmateriaal. Zo is met de Nederlandse opera al afgesproken dat voor de opnamen de rechten geregeld zijn voor het hele Nederlandse taalgebied, dus ook voor uitzending in Vlaanderen.
Bij het verwerven van uitzendrechten houden de omroepen alleen rekening met de landsgrenzen als uitzendgebied. Nederland regelt rechten voor het Nederlands grondgebied en Vlaanderen doet dat voor het Belgische grondgebied. In Nederland begint men langzaam met het verwerven van een ander recht: niet dat van het land, maar van het taalgebied. Met de Nederlandse opera is bijvoorbeeld afgesproken dat de opnames van de Nederlandse Publieke Televisie qua rechten geregeld zijn voor het hele Nederlandse taalgebied. Zo kunnen de opnames zonder extra kosten meteen ook in Vlaanderen worden uitgezonden.
Ook als Nederland of Vlaanderen in het buitenland producties aankoopt, kunnen de rechten wellicht meteen worden geregeld voor het hele taalgebied. Ook gezamenlijk aankopen van producties kan nuttig zijn.
Aanbeveling: onderzoek de mogelijkheid om echt publieke filmpakketten en televisieseries gezamenlijk aan te kopen, om zo tot vermindering van de aankoopkosten te komen .
Tijdens de plenaire vergadering, waar de slotconclusies van de Grote Ontmoeting besproken werden, werd met name de aanbeveling met betrekking tot het ondertitelen van elkaars programma’s applaus ontvangen. Joop Daalmeijer lichtte vervolgens een aantal conclusies vanuit de salon toe:
- Stop met het ondertitelen van elkaars programma’s, of onderzoek tenminste de noodzaak daarvan.
- Een alternatief zou kunnen zijn de kijker de teletekstondertitels als keuze te bieden.
- Door één keer te vertalen kan er bespaard worden op de kosten. Eindredacties kunnen nuanceverschillen aanbrengen omwille van de verstaanbaarheid.
- Besparingen moeten gebruikt worden voor de verbetering van kwaliteit.
- Samenwerking met de Nederlandse Taalunie is noodzakelijk.
