< Terug naar homepagina CVN

Overzicht salons

Zorginnovatie

 

Moderator:

Dick van den Bout, directeur SCOOP,  Zeeuws Instituut voor Sociale Culturele Ontwikkeling

Sprekers:

Jacques Costongs, wethouder Maastricht

Frank Cuyt, algemeen directeur Vlaams Welzijnsverbond

 

Vlaanderen: Zorginnovatie in Welzijn

Het Vlaams Welzijnsverbond is in samenwerking met het VVI en LUCAS in juni 2007 van start gegaan met het driejarige project: ‘Zorginnovatie in welzijn’. Dit driejarig project richt zich tot de gehandicaptenzorg, de bijzondere jeugdbijstand, de integrale gezinsondersteuning, de kinderdagopvang, het vrijwilligerswerk en de ouderenzorg.

Met dit project wordt beoogd om een actief innovatiebeleid te ontwikkelen voor welzijnsvoorzieningen, naar analogie met het Innovatieplan van Minister Moerman voor de profitsector. LUCAS zal in samenspraak met de verschillende sectoren een praktijkgerichte en wetenschappelijk onderbouwde innovatiebenadering en –methodiek voor de welzijnsorganisaties ontwikkelen. Het is dus de bedoeling om voorzieningen te ondersteunen bij het innoveren en daartoe een toegankelijke en gebruiksvriendelijke innovatiebenadering en –methodiek te ontwikkelen.

 

In het project worden drie onderzoeksfasen onderscheiden:

  • Fase 1 - periode 2007 - 2008:

    de ontwikkeling van een definitie van zorginnovatie die enerzijds gebaseerd is op een literatuurstudie en anderzijds getoetst wordt bij praktijkwerkers en beleidsverantwoordelijken uit de betrokken voorzieningen.

  • Fase 2 – periode 2008 - 2009:

    het ontwikkelen van een diagnose-instrument om zicht te krijgen op knelpunten in de eigen voorziening en in de context van de voorzieningen die innovatie tegenhouden en op hefbomen om te innoveren.

  • Fase 3 – periode 2009 - 2010:

    het ontwikkelen en evalueren van innovatiemethodieken die de voorzieningen op weg helpen om te innoveren.

Daarnaast wordt het project kracht bijgezet door de website www.zorginnovatie.be.

 

Nederland: Innovatie in de Zorg Maastricht en Mergelland

Het project ‘Innovatie in de Zorg Maastricht en Mergelland’ is een initiatief van een drietal Limburgse actoren en stelt zich ten doel het krachtig leven van mensen in een kwetsbare positie te bevorderen door het voorzieningen- en dienstenniveau op het vlak van wonen, welzijn, zorg en ondersteuning duurzaam te verbeteren door innovatieve impulsen.

IMM fungeert als een innovatieve proeftuin gevoed met academische onderzoeks- en implementatietrajecten. Op haar beurt voedt IMM de academische centra met practise based evidence.

IMM heeft haar visie mede aan een breed scala uit maatschappelijke domeinen ontleend. De visie luidt als volgt:

“Een krachtig leven voor alle mensen is een wens die maatschappelijk breed wordt onderschreven. Een krachtig leven gebaseerd op (zo veel mogelijk) zelfsturing en zelfredzaamheid, regie over het eigen leven, meetellen en meedoen in alle opzichten: empowerment en volwaardig burgerschap. Een krachtig leven dat in geval van fysieke, psychische en/of sociale beperkingen primair wordt ondersteund en gestimuleerd vanuit de verbanden van de burgers zelf in de vorm van (onder meer) mantelzorg, informele zorg en vrijwilligerswerk. Het benutten van de in de maatschappij aanwezige (soms verscholen) competenties - die van mensen in een kwetsbare positie zelf of die van maatschappelijk betrokken ondernemers - is daarbij een groot goed. Het gaat daarbij te allen tijde om wederkerige relaties. Als sluitstuk geldt de publieke verantwoordelijkheid voor een samenhangend geheel aan voorzieningen, diensten en tools voor degenen die -additioneel aan de inzet vanuit de civil society - structureel of incidenteel aangewezen zijn op professionele ondersteuning, in de sfeer van wonen, welzijn en zorg. In dit verband wordt opgemerkt dat burgers/zorgvragers qua sturing en zeggenschap meer en meer de centrale positie claimen. Zij ambiëren de rol van opdrachtgever en zijn vanuit die positie goed aanspreekbaar op zelfverantwoordelijkheid en zelfsturing.”

Voor mensen in een kwetsbare positie wint de wijk aan belang. De nabijheid van voorzieningen en diensten is (letterlijk en figuurlijk) van levensbelang. Dit brengt met zich mee dat -naast de noodzaak van de basisvoorzieningen voor alle burgers in de wijk- (hoe de omvang van zo’n gebied ook exact wordt bepaald) specifieke aandacht nodig is voor mensen in een kwetsbare positie. Om kwetsbare burgers óók te laten meetellen en meedoen is een samenhangend aanbod van voorzieningen en diensten nodig. Zorg is voor mensen die kwetsbaar zijn heel belangrijk. Hiermee wordt specifiek bedoeld de thuiszorg en 1e lijnszorg in samenhang met voorzieningen uit en in de 2e lijn, decentrale specialistische zorg en preventie. Hierbij is het van belang om te zorgen voor een sluitend, vraaggericht en klantvriendelijk systeem.

IMM voegt een innovatieve beweging toe aan de reguliere opgave en activiteiten van de kernactoren op het gebied van wonen, welzijn, zorg en ondersteuning. De primaire verantwoordelijkheid blijft dus bij de gemeenten, de ketenpartners en de civil society. Dit impliceert dat de betreffende actoren binnen dit kader óók verantwoordelijk zijn voor (onder meer) ontwikkeling, hoogwaardige kwaliteit in de uitvoering, samenwerking en coproductie gericht op synergie én de positionering van de burgers/de zorgvragers in een centrale rol.

Binnen die innovatieve beweging ontwikkelt IMM een actieprogramma met praktijkgerichte innovaties. Dit actieprogramma is een dynamisch kader, waaruit (steeds) nieuwe initiatieven kunnen ontstaan. De bedoeling is om begin 2009 te beschikken over het uitgewerkte programma met zo’n tien projectplannen en aanknopingspunten voor onderzoek, kennistransfer en communicatie. Deze hebben betrekking op voorwaardenscheppende activiteiten (bijvoorbeeld Leiderschap en Ideeënmanagement), versterking van het primaire proces (bijvoorbeeld Technologie in de Zorg, Integraliteit Openbare Gezondheidszorg) en versterking van de positie van de burgers (bijvoorbeeld Civil Society, Respijtzorg). Na besluitvorming en verwerving van de overeenkomsten van de beoogde financiers (overheden, fondsen, ketenpartners) start de implementatie voor IMM.

 

Overeenkomsten

Op vlak van visie kunnen we een viertal overeenkomsten opsommen:

  • Ze erkennen beiden het ontwikkelen van een gemeenschappelijke visie als vertrekpunt van elke innovatie én samenwerking.
  • Er is in beide projecten sprake van een duidelijk gevoel van urgentie. De samenleving is zo ingrijpend aan het veranderen dat de zorg niet langer op dezelfde manier verleend kan worden. Net omdat die samenleving zo snel verandert, wordt de sociale infrastructuur uitgedaagd om zich voortdurend in vraag te stellen.
  • De projecten streven naar een duurzame benadering. Dit betekent een benadering die wordt voorzien van een meerjarig perspectief.
  • De beide projecten proberen het denken in de traditionele sectoren te doorbreken. Vooral in Vlaanderen, maar ook in Nederland is nogal wat welzijnswerk gesectoraliseerd of verkokerd. Deze verkokering heeft vooral nadelen voor de kwetsbare burger. Innovatie betekent dan ook het belang van die burger of gebruiker centraal stellen en trachten de zorg zo te organiseren dat hij geen nadelige effecten hiervan ondervindt.

 

Op vlak van methodische benadering zijn er een tweetal overeenkomsten:

  • Beide projecten zijn gestart met een brede dialoog. Alle relevante stakeholders worden uitgenodigd op denkdagen/visiedagen om mee te denken en om nieuwe oplossingen aan te reiken. Net door die betrokkenheid vanaf het begin te realiseren groeit ook het draagvlak voor beide projecten.
  • Beide projecten hebben vanaf het begin een wetenschappelijke partner. Het gaat telkens om onderzoeksinstituten die zich specifiek richten op beleids- en praktijkgericht onderzoek en die mede tot doel hebben de kloof tussen onderzoek en praktijk te overbruggen.

 

Verschillen

  • Het Nederlandse project richt zich tot een specifieke, afgebakende regio in Nederland, waarin concrete innovaties op gang gebracht worden. Het Vlaamse project gaat eerder op zoek naar sectoroverstijgende innovaties.
  • Het Nederlandse project focust in de eerste plaats op de ouderen, maar ook op andere kwetsbare burgers.
  • Het Nederlandse project legt een sterkere nadruk op de civil society en vooral op de rol van de gemeenten. Dit heeft natuurlijk te maken met de specifieke Nederlandse beleidscontext, waarin als gevolg van de Wet maatschappelijke ondersteuning heel wat beleidsbevoegdheid terecht is gekomen bij het lokale niveau. Ook de buurt krijgt in het Nederlandse project een meer vooraanstaande plaats.
  • Het Nederlandse project wil ook meer inzetten op specifieke innovaties zoals respijtzorg, kwartiermaken en een gemeenschapsgerichte aanpak van eenzaamheid.

 

Als conclusie kan worden gesteld dat het belangrijk is om te investeren in uitwisselingen tussen Nederland en België. Hierbij moet er nadruk gelegd worden op de gelijkenissen maar moet er ook aandacht geschonken worden aan de eigenheid. Er moet kennis genomen worden van die gelijkenissen om deze dan te implementeren in de werking, het beleid, etc.

 

 

Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland
Belliardstraat 15-17, bus 4
BE- 1040 BRUSSEL
< Terug naar homepagina CVN