![]() |
Creativiteit en innovatie. Culturele zuurstof voor de economieAntwerpen, 31 januari 2009Arenbergschouwburg, Arenbergstraat 28 | 12 u tot 21 u |
Digitalisering van erfgoed
Moderator:
Jos Taekema, Museum voor Volkenkunde, Leiden
Sprekers:
Marco de Niet, Digitaal Erfgoed Nederland
Hans van der Linden, Agentschap Kunsten en Erfgoed
Panel:
Ann Overbergh, BAM Vlaams steunpunt voor beeldende, audiovisuele en mediakunst
Leo Plugge, SURF
Jan Kees Meindersma, Kennisnet
Zoek eens in Google of Yahoo op Rembrandt of Rubens. Hits die hoog in de resultatenlijst getoond worden, zijn ingangen uit Wikipedia, internetdiensten over kunst als het Webmuseum en Artchive, particuliere pagina's over deze schilders en websites van producten, restaurants of hotels die de naam Rembrandt of Rubens dragen. De enige erfgoedinstellingen die ook hoog scoren zijn musea die de naam van een schilder voeren, zoals het Rembrandthuis en het Rubenshuis. Het duurt echter even voor andere musea met belangrijke collecties van deze schilders voorkomen in de zoekresultaten. Betrekkelijk hoog scoren The National Gallery en The Met. Bij een zoekactie op Rembrandt is de website van het Rijksmuseum Amsterdam pas op de 50e positie te vinden; een positie die de gemiddelde Google gebruiker niet zal zien, omdat die niet zo ver door de resultaten zal bladeren.
Zoek ook eens op vlinders, kantklossen, Lange Wapper, Paul van Ostaijen of wierden, en de resultaten zullen niet anders zijn: er is zeker veel informatie over deze onderwerpen te vinden, maar deze is niet afkomstig van natuurhistorische musea, archieven, bibliotheken of archeologische instellingen. De kennis die aanwezig is in erfgoedinstellingen blijkt niet op een prominente wijze vindbaar via de belangrijkste informatiediensten op het web.
Verslag salon
Marco de Niet, directeur van Digitaal Erfgoed Nederland beet de spreekwoordelijke spits af. Op internet krijgt men steeds meer te maken met zogenaamde web 2.0-applicaties. Web 2.0 zijn applicaties waarbij gebruikers interactief mee kunnen werken aan de inhoud van websites. Omdat het internet een steeds groter wordende bron van kennis is, zouden erfgoedinstellingen daaraan moeten deelnemen. Kennis van erfgoedinstellingen is vaak uniek, specifiek en wordt als authentiek en betrouwbaar ervaren. Een veelgehoorde klacht is echter dat erfgoedinstellingen niet goed vindbaar zijn. Internet is een medium waar liefhebbers elkaar kunnen treffen, en waar ook erfgoedinstellingen zelf uit informatie kunnen putten om hun informatievoorziening te vergroten. Door middel van de actiefwordende consument (door andere schrijvers ook wel prosument genoemd ) en de creatieve sector komt er een hernieuwde interesse in oude bronnen en materialen en kunnen zij bijdragen aan een her(be)leving van cultuur.
Erfgoedinstellingen dienen aldus met elkaar en de creatieve sector over te gaan tot een samenwerking in een nieuwe omgeving: digitale ‘proeftuinen’ genoemd. De creatieve sector is nu geneigd zelf te experimenteren met materialen die men op het web vind. Er zijn mooie voorbeelden van aanbond door erfgoedinstellingen beschikbaar, zoals bijvoorbeeld de website Fonos.nl van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Maar liefhebbers vinden elkaar ook al zonder hulp van de instellingen, en plaatjes van bijvoorbeeld Salvodor Dali worden door die mensen bij elkaar gezet op het internet. Daarmee is de productiewaardeketen al veranderd. Uiteraard is het van belang dat hoogwaardige materialen beschikbaar komen. Er vindt daardoor meer afname en zeker ook meer hergebruik plaats. Dit alles wordt gestimuleerd door het internet. De steeds beter wordende internetapplicaties en snellere verbindingen zorgen dat meer data en bruikbaar materiaal goed beschikbaar zijn.
Naast publieke beheer- en behoudtaken kunnen erfgoedinstellingen zelf ook gepopulariseerd worden indien werken die in hun bezit zijn ook digitaal ontsloten en hergebruikt worden. Open standaarden zullen worden gestimuleerd. De kracht van de erfgoedinstellingen ligt vooral in hun waarborg voor authenticiteit van hun aanbod. Er moet echter door de creatieve sector en de culturele erfgoedinstellingen goed gekeken worden naar de voorwaarden voor de ‘proeftuinen’.
Er wordt echter over het hoofd gezien dat er ook een aanzienlijke groep professionele gebruikers is, zoals wetenschappelijk onderzoekers en studenten, die behoefte hebben aan heel hoogwaardig digitaal materiaal, met zo uitgebreid mogelijke metadata. Bij het digitaliseren moeten ook optimale HiRes-kopieën gemaakt worden en die beschikbaar houden, naast de wat makkelijker hanteerbare versies voor het grote publiek.
Vanuit de onderwijssector moet er ook een groeiend besef komen dat verslagen domweg van het internet (verslagen.nl, wikipedia.org) worden gehaald. Dit is een fenomeen waar men niet omheen kan gaan, daarin moet het onderwijs ook worden gestimuleerd om zichzelf te vernieuwen. Er moet aangeleerd worden dat bepaalde bronnen relevant zijn, dat er moet worden geverifieerd of iets juist is. We zullen hard aan deze mediawijsheid moeten werken. Daarbij zullen ook erfgoedinstellingen een rol spelen, door middel van workshops en gastlezingen zullen nieuwe generaties begeleid worden in het gebruik en kritisch benaderen van bronnen van het internet. De erfgoedinstellingen moeten niet als monopolist optreden bij het digitaliseren, bewerken en aanbieden van hun materiaal, maar op zoek gaan naar partners in een bredere en langere prductieketen; zeker ook in het onderwijs.
Aanbeveling
Vlaams-Nederlandse proeftuinen ten behoeve van vindbaarheid en hergebruik van digitaal erfgoed zouden bevorderd moeten worden om de cross-overs tussen de erfgoedinstellingen en bepaalde subsectoren uit de creatieve industrie te bewerkstellingen. Deze cross-overs zorgen ervoor dat er meer kennisuitwisseling mogelijk is en beide sectoren profiteren van de expertise van de ander. De erfgoedinstellingen zijn gebaat bij de expertise van de subsectoren uit de creatieve industrie omdat zij op deze manier beter kunnen inspelen op de nieuwste ontwikkelingen en hun collectie op een nieuwe manier kunnen presenteren. De subsectoren uit de creatieve industrie zijn dan weer gebaat bij de kennis, digitale collecties, betrouwbaarheid en duurzaamheid die de erfgoedinstellingen te bieden hebben. Deze proeftuinen zouden dan kunnen leiden tot een versterking van het cultuurgebied van de lage landen binnen Europeana. De gezamenlijke kennisopbouw is ook zeer belangrijk binnen het Europeana-project.
