< Terug naar homepagina CVN

Overzicht salons

Taal- en spraaktechnologie

Spreker:

Linde van den Bosch, Nederlandse Taalunie

In de auto dicteert de GPS, een sprekend navigatiesysteem, de route. Het Wordprogramma op de computer corrigeert de spelling. Aan sommige computers kun je zelfs een brief dicteren. In sommige mobiele telefoontoestellen kun je gewoon de naam van een vriend inspreken en hij wordt automatisch opgebeld. In de auto noem je de radiozender waar je naar wil luisteren, en je krijgt hem te horen.

Dat is nog maar een greep uit de onbegrensde mogelijkheden van de taal- en spraaktechnologie (TST). Het is niet vanzelfsprekend dat alle toepassingen ook in het Nederlands voorhanden zijn. Bedrijven die toepassingen willen ontwikkelen of verbeteren, hebben taalmateriaal nodig: gigantische verzamelingen gesproken en geschreven Nederlands, met taalkundige informatie over de betekenis en het gebruik. Daarvoor is steun van de overheid nodig en daarbij speelt de Nederlandse Taalunie een ondersteunende rol. De Nederlandse en de Vlaamse overheid investeren via de Taalunie in het programma STEVIN (Spraak- en Taaltechnologische Essentiële Voorzieningen in het Nederlands). Dit programma richt zich op de ontwikkeling van het benodigde digitale taalmateriaal. De Taalunie stelt het vervolgens beschikbaar via de Centrale voor Taal- en Spraaktechnologie (TST-Centrale). De TST-Centrale is ondergebracht bij het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL). Onderzoekers en bedrijven kunnen daar terecht voor digitale bronnen voor het Nederlands, onder meer databanken met geschreven en gesproken Nederlands, lijsten met Belgisch-Nederlandse woorden, spellinglijsten, varianten in uitspraak, taalsoftware enz..

Maar ook de toepassingen komen er niet vanzelf. In de publieke sector blijft de ontwikkeling vaak nog achter ten opzichte van de commerciële markt. TST kan helpen bij de communicatie tussen overheid en burgers en bij de samenwerking tussen overheden onderling. Daarnaast kan TST bijdragen aan het verhogen van efficiëntie bij de overheid. Een aantal STEVIN-demonstratieprojecten biedt goede voorbeelden hiervan.

In het onderwijs maakt TST het mogelijk om motiverende, interactieve leerprogramma’s te ontwikkelen waarmee leerders in hun eigen omgeving en in hun eigen tempo kunnen leren.
Verder schetst TST nieuwe mogelijkheden voor het oplossen van problemen zoals dyslexie, laaggeletterdheid en taalachterstanden en voor het efficiënter inrichten van het onderwijs Nederlands als eerste, tweede en vreemde taal. Denkt u maar computers die leerlingen die Nederlands leren, helpen bij het oefenen van spreek- of schrijfvaardigheid. (http://www.notas.nl/dixit_release_pdfs/DIXIT_STEVIN_Onderwijs.pdf).

In de zorg kan TST ingezet worden om compensatie en ondersteuning te bieden aan mensen met communicatieve beperkingen.  Bijvoorbeeld aan patiënten die zich met spraakapparaten kunnen behelpen of die thuis therapie krijgen via een computer. Zo is er een programma waarin een gezicht elke expressie van de mond weergeeft en op die manier slechthorenden ondersteunt tijdens een telefoongesprek. De computer herkent de gesproken taal aan de telefoon, simuleert de bewegingen van mond en lippen op een scherm en de slechthorende kan liplezen terwijl hij telefoneert.

(http://www.notas.nl/dixit_release_pdfs/Notas_april_2008.pdf).

In 2009 gaat de Taalunie (www.taalunieversum.org/taal/technologie) samen met bedrijven en gebruikers een inventaris maken van alle mogelijke nuttige toepassingen.

Aanbeveling

Nederland en Vlaanderen moeten via de Nederlandse Taalunie samen blijven investeren in de technologie die communicatie met machines in het Nederlands mogelijk maakt. In aanvulling hierop moeten Nederland en Vlaanderen in de komende periode samen investeren in een vertaalslag van die  technologie naar toepassingen die de communicatie in het Nederlands in diverse sectoren ondersteunen.

Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland
Belliardstraat 15-17, bus 4
BE- 1040 BRUSSEL
< Terug naar homepagina CVN