![]() |
Creativiteit en innovatie. Culturele zuurstof voor de economieAntwerpen, 31 januari 2009Arenbergschouwburg, Arenbergstraat 28 | 12 u tot 21 u |
Aansluiting hoger onderwijs en arbeidsmarkt
Moderator:
Berend Jan Van Voorst tot Voorst, voormalig Commissaris van de Koningin in Nederlands Limburg
Panel:
Dirk van Dyck, vice Rector, Universiteit van Antwerpen
Marcel Ameloot, vice Decaan, School of Life Sciences en verbonden aan de Universiteit Hasselt en de transnationale Universiteit Limburg (tUL)
Peter Verboven, VOKA, Vlaamse werkgeversorganisatie
Voorafgaand aan de salon is er door CVN een themadag georganiseerd over het thema “Aansluiting hoger onderwijs en arbeidsmarkt”. Tijdens deze dag stonden met name de ervaringen van Nederlandse en Vlaamse hogere beroepsopleidingen die grensoverschrijdend samenwerken centraal. Tijdens de salon komen ook universitaire opleidingen en de verhouding tot de arbeidsmarkt als onderwerpen onder de aandacht. De discussie vindt plaats aan de hand van een aantal stellingen, waarbij zowel de verschillende sprekers van het panel als aanwezigen in de zaal het woord voeren.
Stelling 1: “Omdat de Noordzee havens één economische zone vormen, moeten opleidingen in Vlaanderen en Nederland tot bi-diplomering leiden.
Er ligt meerwaarde in het gezamenlijk organiseren van opleidingen, dankzij de schaalvoordelen die mogelijk zijn bij het combineren van Vlaamse en Nederlandse studenten. Succesvolle voorbeelden hiervan zijn onder andere tijdens de themadag aan bod gekomen.
Problematisch voor onderwijsinstellingen is echter dat bij het samen aanbieden van opleidingen, er slechts één diploma uitgereikt kan worden. De financiering is in beide landen gebaseerd op uitgereikte diploma’s. Hier zou bi-diplomering een uitkomst kunnen vormen.
Voor werkgevers kan een gecombineerd diploma gelden als indicatie van een breder internationaal perspectief bij de werknemer. Bi-diplomering mag echter geen doel op zich zijn, maar eerder een tussenstap naar een enkel diploma, dat volledige erkenning geniet over de landsgrenzen binnen de Europese Unie heen. Het in kaart brengen van complementaire kennisopleidingen in Nederland en Vlaanderen is een nuttig facet in deze context.
Stelling 2: “Bij de opstelling van curricula van grensoverschrijdende opleidingen is de culturele component even belangrijk als de inhoudelijke”
Onder de aanwezige sprekers bestaat overeenstemming dat internationaal contact als onderdeel van een opleiding een didactische meerwaarde biedt voor de studenten. Direct vanaf het begin van de opleiding Vlaamse en Nederlandse studenten samenvoegen is echter niet altijd de beste aanpak.
Het uitvoeren van gezamenlijke onderdelen van een opleiding, zoals de master, of specifieke projecten kan soms beter recht doen aan de culturele component van grensoverschrijdend samen studeren. Samenwerken met studenten met een andere nationaliteit vormt dan een expliciet onderdeel van de leerervaring.
Stelling 3: Werkgevers moeten een rol krijgen bij het opstellen van curricula
Hoewel er wordt benadrukt dat het niet de bedoeling is dat de inhoud van curricula uitsluitend gedicteerd wordt door de toekomstige werkgever, wordt input van of afstemming met de potentiele werkgever als positief gezien. Van deze mogelijkheden is in de voorbije jaren meer gebruik gemaakt dan in het verleden het geval was, maar dit kan beter.
Opleidingen moeten niet alleen kennis, maar ook kunde zien over te brengen aan de studenten, als toekomstige werknemers. De competenties van de sollicitant geven immers voor de werkgever de doorslaggevende meerwaarde. Wel is er in de huidige curricula weinig plaats voor het stimuleren van ondernemerschapsvaardigheden zodat er ook relatief weinig jongeren het risico nemen om een eigen onderneming op te starten. Dit wordt nog versterkt door een algemeen klimaat dat het nemen van risico niet bevordert. De persoonlijke aanwezigheid van voorbeeldfiguren uit de praktijk van het bedrijfsleven kan met het oog hierop een verbreding betekenen van de leerervaring.
Stelling 4: Overheden moeten grensoverschrijdende opleidingen stimuleren in plaats van belemmeren
Opleidingen vinden momenteel soms negatieve prikkels om samen op te trekken bij het aanbieden van programma’s, bijvoorbeeld door de link tussen het aantal uitgereikte diploma’s en de financiering van onderwijsinstellingen. Hier staan positieve punten, zoals mogelijke schaalvoordelen en het bieden van een sterker internationaal perspectief voor de student tegenover.
Studenten vinden ten dele zelf wel de weg naar mogelijkheden aan de andere zijde van de grens, maar er onstaan als gevolg van wettelijke beperkingen toch problemen bij het toetreden tot de arbeidsmarkt met een diploma van het buurland. Een voorbeeld van de aanpak hiervan kan gevonden worden in de opleidingen Logopedie van de Lessius Hogeschool in Antwerpen en de Fontys Hogeschool in Eindhoven. Deze opleidingen, gepresenteerd tijdens de themadag , hebben door structurele gezamenlijke inzet de problemen verholpen. Er bestaan nu erkende, grensoverschrijdende accreditatiestandaarden.
Conclusies en aanbevelingen van de themadag en salon
- Nederland en Vlaanderen bestrijken niet alleen een continu taalgebied, maar vormen eveneens in sterke mate een gezamenlijke economische zone;
- Meerwaarde kan worden gevonden in het erkennen en goed benutten van elkaars krachten op vlak van kennis en kunde;
- Vlaanderen heeft traditioneel een sterke vakinhoudelijke kwaliteit, Nederland legt bijzondere nadruk op zelfstandig denken en voldoende kritisch vermogen;
- Beide invalshoeken zijn essentieel voor het voldoen aan de eisen van de moderne arbeidsmarkt: flexibele en kritische medewerkers die opereren in een dynamische kenniseconomie;
- Voorbeelden van succesvolle samenwerking over de grens bestaan, maar ook financiële, bestuurlijke, juridische en culturele hindernissen;
- Wanneer inspanningen gedaan worden om deze hindernissen te overwinnen, kunnen voordelen worden gevonden in het opzoeken van complementariteit.
