< Terug naar homepagina CVN

Overzicht salons

Wetenschappelijk onderzoek

 

Moderator:

Harry Martens,  hoogleraar Universiteit Hasselt

Spreker:

Paul Silvertant, Permanente Vertegenwoordiging Nederland bij de EU

Panel:

Jo De Boeck, IMEC, directeur Holst Centre Eindhoven
Franciska de Jong, 
NWO
Elisabeth Monard,
FWO
Luc Soete ,
hoogleraar Universiteit Maastricht
Geert Buelens,
hoogleraar Universiteit Utrecht

 

Na een korte verwelkoming wordt de discussie over grensoverschrijdend wetenschappelijk onderzoek - en de samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland in dit gebied - ingeleid door de moderator, Harry Martens.

Het woord wordt vervolgens overgedragen aan Paul Silvertant, die in opdracht van het Nederlandse netwerk van Technisch-Wetenschappelijke Attachés over dit thema een rapport opmaakte waarin de huidige stand van zaken beschreven staat. De voornaamste conclusie is dat momenteel de mogelijkheden tot samenwerking tussen de twee regio’s onderschat en onderbenut worden. De sleutelgebieden van het pact 2020 – Vlaanderen in actie en het Nederlandse innovatieplatform blijken uit de presentatie in grote mate te overlappen. Silvertant pleit dan ook voor een uitdieping van de contacten tussen de “mensen in het veld” door middel van een reeks kleinere ontmoetingen om op die manier een platform te bieden voor echte dialoog en samenwerking. Als goede buren vertonen de regio’s volgens hem veel gelijkenissen maar moet nog gesleuteld worden aan het wegwerken van belemmeringen en onbegrip en het bundelen van bestaande netwerken om vlotter Vlaams – Nederlandse initiatieven te lanceren. Als voorbeelden van succesvolle internationale samenwerking geeft hij de Eindhoven – Leuven – Aachen driehoek en de kennisas Leuven – Hasselt – Maastricht.

Hoogleraar Luc Soete neemt na de presentatie als eerste het woord in de paneldiscussie. Als voornaamste reden voor samenwerking tussen de regio’s haalt hij niet de taal maar de geografische nabijheid aan. Vlaanderen en Nederland vertegenwoordigen wereldwijd een klein, dicht bevolkt gebied waar relatief veel onderzoeksactiviteit aanwezig is. Het samenwerken van de regio’s ziet hij als “een focus in kritische massa”. Een wederzijdse integratie van wetenschappelijk onderzoek is volgens Soete echter niet afhankelijk van de overlappingen in onderzoeken maar van de mogelijke complementariteit daarvan. Het koppelen van de sterke maar verschillende punten van beide regio’s leidt volgens hem tot een nieuwe, creatieve industrie.

Elisabeth Monard, secretaris-generaal van het FWO, geeft tekst en uitleg bij de werking van FWO en de samenwerking met zijn Nederlandse tegenhanger NWO. Volgens haar subsidieert het FWO fundamenteel wetenschappelijk onderzoek waarbij het de onderzoekers zelf zijn die de vrijheid krijgen om de thema’s te bepalen. De economische en maatschappelijke relevantie van het onderzoek is een belangrijker criterium om financiering te ontvangen in Nederland dan in Vlaanderen. Ze treedt Luc Soete bij in zijn stelling dat de taal geen vereiste is voor wetenschappelijke samenwerking, aangezien het Engels daar al jaren de voertaal is. Vooral complementaire expertise leidt tot succesvolle projecten. Ze haalt het Synchrotron – project in Grenoble aan als voornaamste voorbeeld van een geslaagd gemeenschappelijk project van FWO en NWO. Het fundamenteel onderzoek naar de gemeenschappelijk taal ziet Monard dan weer als ideale gelegenheid om gemeenschappelijke projecten op te zetten en docenten uit te wisselen. Ze betreurt dan ook het stopzetten van de financiering van het VNC (Vlaams – Nederlands Comité voor geesteswetenschappelijk onderzoek) door NWO.

Hoogleraar Geert Buelens benadrukt nogmaals met klem dat er aandacht en middelen besteed moeten worden aan letterkundig onderzoek en noemt het stopzetten van de financiering van het VNC door NWO een financiële aderlating. Volgens hem mag rendement niet het voornaamste criterium zijn voor een investering in wetenschappelijk onderzoek aangezien letterkundig onderzoek van nature niet rendeert. Hij wijst ook op de grote bedragen die in andere onderzoeksgebieden circuleren en vond het jammer dat geen budget wordt overgehouden voor niet - technisch onderzoek. Franciska de Jong, lid van het algemeen bestuur van het NWO, krijgt de kans om weerwerk te bieden. Ze herhaalt de stelling dat nabijheid en gemeenschappelijke onderzoeksterreinen de voornaamste drijfveren zijn voor samenwerking. In zulke gevallen zal het onderzoek ook een maatschappelijk belang hebben, zelfs als het startpunt fundamenteel onderzoek naar taal betreft. NWO-instrumenten bieden daarvoor in principe ruimte, want er zijn budgetten voor valorisatieactiviteiten. De financiering van het VNC was altijd bedoeld om een impulsfinanciering te zijn, wat per definitie eenmalig is. Er is overigens nog steeds geld voor Vlaams-Nederlandse samenwerking in de geesteswetenschappen, zoals in het programma voor het ontwikkelen van taal - en spraaktechnologie. Verder wijst ze op het belang van een degelijke infrastructuur voor onderzoek en is een betere afstemming tussen de regio’s op dat vlak zeker mogelijk.

Jo De Boeck, directeur van het Vlaams – Nederlandse Holst centrum, geeft als voornaamste reden voor samenwerking de vraag vanuit de industrie. Industrie is een globaal gebeuren waarbij enkel de toegevoegde waarde van belang is. Uit zijn ervaring is het dan ook enkel nodig een voldoende stabiel draagvlak te hebben dat gesteund wordt vanuit de industrie om succesvolle projecten op te zetten. Eens het momentum gecreëerd is, volgt de overheid wel met de nodige omkadering.

Uit het publiek komt de vraag of er geen extra fonds kan worden opgericht om “kleinschalig” onderzoek te financieren. Hiermee wordt verwezen naar de teloorgang van het VNC. Innovatie bestaat namelijk niet alleen uit technische maar ook uit sociale en culturele vooruitgang. Verder wordt gewezen op de schaalvergroting die samenwerking met zich mee brengt en werd het belang van gezamenlijk ondernemerschap onderstreept.

Tijdens een korte discussie over de te formuleren aanbevelingen pleit Luc Soete voor de samenvoeging van FWO en NWO. Dit voorstel wordt niet gesteund door mevrouw Monard. Zij kan zich wel vinden in een aanbeveling tot de instandhouding van bestaande initiatieven en een overlegorgaan voor het FWO en NWO om het Vlaams - Nederlands wetenschappelijk onderzoek te stimuleren.

Aanbevelingen geformuleerd in de plenumzitting :

      • meer (specifieke) ontmoetingen - meer gezamenlijk plannen om tot meer gezamenlijke realisaties te komen - de innovatieagenda’s in Vlaanderen en Nederland geven talrijke aanknopingspunten

      • minder hinderpalen - minder bureaucratie, meer grensoverschrijdende incentives en financiering (cross-border funding)

      • zo mogelijk in stand houden van goede bestaande initiatieven en deze alleen in goed overleg tussen beide partijen beëindigen.

      • NWO en FWO vragen om samen een nieuw instrument te ontwikkelen om het onderzoek in de taal, cultuur en geschiedenis in de lage landen te bevorderen.

 

Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland
Belliardstraat 15-17, bus 4
BE- 1040 BRUSSEL
< Terug naar homepagina CVN