Blog
Artikels in categorie Media
Joop Daalmeijer: "Cultuur houdt niet op bij de landsgrens. Eén cultuurzender voor de Lage Landen."
Donderdag 19 juli 2012 - Al 1 reactie
Cultuur houdt niet op bij de landsgrens. Zeker niet bij de grens tussen twee landen waar dezelfde taal wordt gesproken: Nederland en Vlaanderen. Daarom zou een zender als Cultura moeten worden omgebouwd tot een Vlaams-Nederlandse cultuurzender met verplichte doorgifte op een prominente plaats op de kabel aan beide zijden van de grens. Met slimme herhalingen. En uiteraard met vensters voor specifieke Nederlandse en Vlaamse programmering, zoals een kunstagendarubriek, een talkshow en een magazine. Daarvoor ontkoppelen de twee landen even, om daarna weer samen verder te gaan.
Delfts Blauw en de Amsterdamse grachten zijn echt Hollands. Of ook een beetje Vlaams? De auteurs van de ‘Encyclopedie der Nederlanden’ vertellen.
Maandag 17 oktober 2011 - Al 1 reactie
Wat een paar jaar geleden als reeks artikelen in De Volkskrant begon om de Nederlandse identiteit in woorden te vatten, is nu uitgegroeid tot de publicatie van een heuse Encyclopedie der Nederlanden. De auteurs waren verbaasd over de omvang van de invloed die Vlamingen met name tijdens de zeventiende eeuw hebben gehad op de vorming van de Hollandse identiteit. Het is misschien verleidelijk om naar aanleiding hiervan te denken dat het Vlaamse thuisland in diezelfde periode in slaap sukkelde.
Wat kroketten en tegeltjes met elkaar gemeen hebben
Het Vlaamse dagblad De Morgen gaf Wagendorp en De Rek ruim een week geleden vrij baan. Want wat blijkt? Dat wat wij als de oer-Hollandse identiteit beschouwen, blijkt vooral een samenharksel van buitenlandse invloeden te zijn. Pindakaas? Het is een uitvinding uit de Verenigde Staten. De tulp? Die is overgewaaid uit Turkije. De kroket dan misschien? Alleen het fenomeen van ‘het uit de muur halen’ is typisch voor Nederland. “Dat was onze eerste belangrijke desillusie”, schrijven de auteurs hierover in De Morgen. En direct daarna: “De tweede belangrijke ontdekking: wij zijn een door Vlamingen gevormde natie.” Dat begon al met de eerste ideeën voor de vormgeving van de encyclopedie. De vermeldingen van de lemma’s zijn geïllustreerd met tegeltjes die we kennen van ‘tegeltjeswijsheden’. “Vaak in Delfts blauw. Want dat, zo wisten wij toch wel zeker, was iets ongelooflijk Nederlands. Niet dus.” De kunst van het porseleinbakken, zo vertellen de auteurs, werd meegebracht door enkele van de 150.000 Vlamingen die tussen 1585 en 1630 naar het noordelijke deel van de Lage Landen trokken. En het gaat veel verder dan alleen deze vaststelling. Want uit het onderzoek van de auteurs is gebleken dat zelfs de pareltjes der Nederlanden alleen maar tot stand hebben kunnen komen door hulp van de Vlamingen.
“Het is de Vlaming die Nederland heeft gebouwd, gevormd, verfraaid en vervolmaakt. Je kunt in de Encyclopedie der Nederlanden bijna geen pagina openslaan of daar heb je er weer een”. Zo noemen Wagendorp en De Rek onder andere de Vlaamse geograaf, cartograaf, astronoom en gewoonweg rijke Pieter Platevoet, met wiens geld, kaarten en astronomische kennis de Hollandse VOC een weg baande naar De Oost. De rijkdom die Nederland vergaarde tijdens de zeventiende, ofwel Gouden Eeuw, is tot vandaag de dag te bewonderen op, om maar een voorbeeld te noemen, de Amsterdamse grachten. Die grachtengordel werd trouwens voor een groot deel gebouwd door welgestelde Vlamingen die al vluchtend Antwerpen verruilden voor Amsterdam, zo vertellen de auteurs. Deze Antwerpenaren creëerden een eigen plek onder de zon door de Keizers- en Prinsengracht toe te voegen aan de bestaande, tot dan veel kleinere grachtengordel. Het zijn juist deze twee grachten die ook vandaag nog tot de sjiekste behoren.
Ondertussen in Vlaanderen
En zo gaan de auteurs nog even door. Ze laten door middel van een kleine Vlaams-Nederlandse geschiedschrijving zien hoe de Vlamingen voor gezichtsbepalende ontwikkelingen van Nederland hebben gezorgd. Zelfs zo sterk gezichtsbepalend dat ze onderdeel zijn geworden van het ‘oer-Hollandse’ dogma.
Nu is het verleidelijk om naar aanleiding van het artikel in De Morgen te denken dat alle welgestelde en invloedrijke Vlamingen tijdens de Noord-Hollandse Gouden Eeuw in Amsterdam en omstreken verbleven. En dat Vlaanderen als gevolg daarvan in slaap sukkelde, terwijl men zich iets noordelijker wentelde in de niet eerder geziene welvaart. Dit klopt in economische zin: de grootste bloeiperiode van Antwerpen had al plaatsgevonden in de zestiende eeuw. Toen was de stad decennialang één van de belangrijkste handelscentra van Europa; een positie die de stad tegen het begin van de zeventiende eeuw niet meer kon waarmaken. Maar Antwerpen had een andere troef in handen: de schilderkunst van de Antwerpse School die onder andere de 'Grote Drie Vlaamse Meesters' Peter Paul Rubens, Jacob Jordaens en Antoon Van Dyck voortbracht.
Het werk van 'De Grote Drie Vlamingen' behoort tot op de dag van vandaag tot de topstukken van musea over de hele wereld. Met name de terugkeer van Peter Paul Rubens naar Antwerpen in 1608 gaf nieuwe energie aan het artistieke leven aldaar. Hij had net acht succesvolle jaren in Italië en Spanje achter de rug, waar hij verschillende grote opdrachten kreeg van edellieden en het werk van Italiaanse meesters zoals Caravaggio (1571-1610) leerde kennen. De opdrachten aan zijn adres stroomden binnen en om aan deze vraag te kunnen voldoen opende hij in Antwerpen een groot atelier. Hij had medewerkers die ook onder eigen naam zeer beroemd zijn geworden, zoals bijvoorbeeld het wonderkind Antoon Van Dyck. Ook Noord-Hollands schildertalent zakte af naar Antwerpen om te werken in het atelier van Rubens, ondanks de ongekende bloei in de stad van herkomst.
Nu krijgt dit verhaal toch nog een staartje: een unieke selectie werken van de Vlaamse Meesters is op dit moment niet in Antwerpen, maar in Amsterdam te bewonderen.
Door Charlotte Rommes
Lofrede Paul van Grembergen voor koninklijke onderscheiding Joop Daalmeijer
Donderdag 25 augustus 2011 - Al 1 reactie
Dat Joop Daalmeijer zich al jarenlang inzet voor de samenwerking tussen Nederland en België op het gebied van media en cultuur, is niet onopgemerkt gebleven. Op 15 juli werd hij geridderd tot Officier in de Leopoldsorde; de hoogste Belgische onderscheiding. De ceremonie vond plaats op de Belgische ambassade in Den Haag. Hieronder leest u de lofrede die Joop Daalmeijer en zijn vrouw Maartje van Weegen werd toegesproken door Paul van Grembergen.
Beste Joop en Maartje,
In van Daele staat bij ‘laudatio’, lofprijzing , daarna staat een meervoudsaanduiding met uitleg : loftuitingen, wat men zegt ten gunste of tot eer van iemand, bijvoorbeeld bij het ontvangen van een ereteken, officier in de Leopoldsorde.
Er is, geacht gezelschap, nog een tweede betekenis van lof : godsdienstige namiddag of avondoefening. Mijn respect voor de levensfilosofie van jullie allen is groot, maar ik denk niet dat ons samenzijn deze kwalificatie als intentie heeft. Alhoewel het gebruik van het woord intentie mij reeds in een schemerzone brengt.
Ik voel de behoefte van Daele ook iets te laten zeggen over het woord ‘tuiten’: wordt gezegd als men iets verbazingwekkends hoort of als men het onderwerp van het gesprek of de toespraak niet meer kan volgen. Er is een volksgezegde in dat verband : “mijn oren tuiten".
U zal begrijpen, Joop en Maartje, geacht gezelschap, dat ik toch wil voorkomen dat aan het einde van deze laudatio alleen maar vraagtekens in de irissen van mijn tafelgenoten staan. Daarom heb ik enige structuur aan dit verhaal gegeven.
Een eerste ankerpunt.
In Vlaanderen is het de retorische gewoonte om met een wijsheid een toespraak te beginnen en dit in het Latijn doen is weer volop in de mode en geliefd. Het siert in eerste instantie de spreker en in tweede instantie de toehoorder. Die volgorde is belangrijk.
In het curriculum van Joop merk ik zijn filosofische scholing en dus is Thomas van Aquino op zijn plaats.
"Quid est Philosophia ? Philosophia est scientia omnium rerum per ultimas causas, naturali rationis luminus comparata".
Filosofie is de kennis, wetenschap van alle dingen door deze finaal te toetsen aan het natuurlijk licht van het verstand.
Volgens Herman De Dijn, filosoof, is filosofie de conversatie van de mensheid.
Joop heeft deze filosofische opleiding prachtig ingevuld door kennis en door conversatie. Hij ging die weg:
de Vara,Radio Veronica, Holland Media Group, Netcoördinator Nederland Eén en Twee, hoofdredacteur Radio Nederland Wereldomroep, programmaleider het Beste van Vlaanderen en Nederland (BVN), Algemeen Directeur N.P.S.
Er is een tweede ankerpunt.
"Toen Adam spitte en Eva spon, waar was toen wel de Baron?"
Jullie zijn bereisd, Joop en Maartje, en allen die in dit gezelschap vertoeven hebben heuvels en dalen, hutten en paleizen, plaza's en straatjes, aarde van oker, zeeën van blauw met een camera van hart en hoofd opgenomen.
In de Vendée, die mooie streek onder Bretagne, vruchtbaar land van melk en honing, om het Bijbels te zeggen, kwamen de boeren in de 18de eeuw in opstand tegen de kasteelheren onder de geciteerde leuze. Ze waren voorlopers van de Franse Revolutie met de idealen van Vrijheid, Gelijkheid en Broederlijkheid.
Verontwaardiging om onrecht.
Joop, voor mij ben je een plebejer zonder plebs te zijn, een aristocraat en toch niet van adel, een overtuiging hebbend en toch ongebonden, niet aan een genootschap, niet aan een club, geen particraat en toch ben je lid van, juist ja, "grensoverschrijdende verenigingen".
Er is een derde ankerpunt.
De rijkdom van de kunst van leven.
In Vlaanderen heeft Felix Timmermans daarover geschreven. Men heeft Timmermans wat beduimeld en echt ten onrechte. Hij is diepzinnig, schreef mooie gedichten in Adagio. Zo zie ik ook jou, Joop. Genietend en toch niet materialistisch, met de ogen de wereld bestelend op je vele reizen om dan aan de vrienden het rijke verhaal te vertellen bij een maaltijd en een goed glas wijn.
Maar omdat voor sommigen Felix Timmermans te weinig overtuigend is, toch ook eventjes kijken naar Marguerite Yourcenar, die in haar meesterwerk Keizer Hadrianus als keizerfilosoof portretteert, genietend van de vriendschap en de goede dingen des levens. Joop en Maartje, jullie vinden Italië een paradijs en Goethe was het met jullie eens in "Kennst du das Land, wo die Zitronen blühen".
Met de levensvreugde die jullie uitstralen, kon ik niet voorbij aan Maria Lecina van Weremeus Buning:
Maria Lecina loop te zwieren
in groene zijde en zwart satijn
met vogels en rozen en anjelieren
in een doek zo wit als maneschijn.
Porquè Maria
Maria Lecina loopt te pralen
met zeven snoeren bloedkoraal
die kan Maria Lecina betalen
haar mond is rood als bloedkoraal.
Porquè Maria
Er is een vierde ankerpunt
Je verhouding, Joop, tot de zuidelijke Nederlanden, het hartstochtelijk verdedigen van wat we gemeenschappelijk hebben in de Nederlanden, onze taal, onze gelijkgeaarde cultuur, onze in mekaar hakende geschiedenis, het lot dat ons scheidt en bindt, het naakte eigenbelang dat ons verplicht tot samenwerken, politiek, economisch, financieel, sociaal, militair, cultureel.
Daar heb je tijd aan besteed, én energie, én initiatief en daarom ontvang je dit ereteken.
Ik weet dat het je vreugde bezorgt en ook Maartje, ik weet dat het je trots maakt en dat jullie monkelend naar deze woorden luisteren. Ik weet dat jullie deze appreciatie fijn vinden en toch ook relativeren. Het is zoals mekaar ontmoeten en afscheid nemen om mekaar terug te ontmoeten, zoals zien en weerzien.
Er is een vijfde ankerpunt
Joop en Maartje
Ambassadeur en mevrouw
Disgenoten
Ik moet iets zeggen over de gevangenen van het Stasiregime, wat haaks staat op deze feestelijke en fijne viering.
Uit getuigenissen bleek dat die gevangenen die een geheugen hadden voor psalmen, liederen, gedichten en teksten sterker stonden in de gevangenis, vooral als ze daar opvoeringen rond organiseerden.
De Vlamingen en de Nederlanders hebben een, wat Jozef Deleu noemt, gezamenlijk Breviarium van teksten, gedichten en liederen. Pure schoonheid. Het is ons gezamenlijk erfgoed, het zijn onze wortels. Hierbij denk ik aan “Ghequetst ben ic van binnen”, " aan "Alle dinghe, sijn mi te inghe", aan het lied van Saidjah en Adinda, aan "Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit", aan "Er moeten witte hoeven achter de zoom staan van de blauwe velden langs de maan", enzovoort.
In Egypte eert men het hooglied van de liefde van Echnaton, voor zon en aarde, in Irak, het vroegere Mesopotamië, heeft men het Gilgameslied, maar wij Vlamingen en Nederlanders hebben ons oudste liefdeslied, we delen het, niet vierendelen, duidelijk delen :
“Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu”
Dit is ons samengaan, het begon lang geleden, en het loopt nog steeds verder, en het moet verder lopen.
Dank zij jou Joop en zo veel anderen.
Dit heb ik gezegd "ex abundantia cordis, os loquitur", waar het hart van vol is, loopt de mond van over.
Joop en Maartje, proficiat,
Ambassadeur dank voor dit samenzijn.
Paul van Grembergen
Gewezen Vlaams minister van Cultuur
Algemeen Voorzitter van het Algemeen Nederlands Verbond
Lid van de Raad van Bestuur Vlaams-Nederlands huis deBuren

Verschenen in de Volkskrant: een veegje uit de pan voor Onno Kleyn
Maandag 11 juli 2011 - Reageer als eerste
Geachte heer Kleyn,
Wat u beschrijft is herkenbaar. Ook ik word als Nederlandse op een kantoor vol Vlamingen wel eens over mijn bol geaaid wanneer ik enthousiast vertel over een avond biertjes drinken in de kroeg, terwijl dat hier toch echt ‘pintjes drinken op café’ heet. Op mijn beurt smelt ik van waardering bij woorden als goesting, of de uitdrukking ‘ik zie je graag’ (alhoewel het ervan afhangt wie deze woorden uitspreekt, natuurlijk). In uw recensie doet u deze culturele en taalkundige verschillen voorkomen als een probleem. Ik vind ze eerder verrassend en nieuwsgierigmakend.